Vluchtelingen getuigen

Aram

In Armenië had ik een groot huis, maar hier heb ik veiligheid

naam: Aram (*)
geslacht: man
leeftijd: 30
nationaliteit: Armeniër
in België sinds: 2010
statuut: asielzoeker, aanvraag niet goedgekeurd
verblijft in: appartement in Charleroi van een partnerorganisatie van Vluchtelingenwerk en CIRÉ, samen met echtgenote en drie kinderen

Hoe ben je in België terechtgekomen?
‘Ik ben vijf jaar geleden gevlucht uit Armenië naar Nederland. Daar verbleef ik elke drie maanden in een ander asielcentrum. Daarna ben ik naar België gekomen. Hier werd ik in het asielcentrum in Yvoir en later Hotton geplaatst. Maar sinds twee jaar woon ik met mijn vrouw en drie kinderen in een appartement in Charleroi. Het appartement is ook niet ideaal, maar we voelen ons hier toch veel beter dan een centrum.’

Aram kreeg te horen dat zijn asielaanvraag afgewezen is. Hij is blij dat hij nu goed begeleid wordt

Wat is er anders aan het leven in een appartement?
‘In een asielcentrum blijf je een vluchteling. Eigenlijk leef je nergens, niet in je eigen land, niet in België. Sinds ik met mijn gezin naar het appartement ben verhuisd, voel ik me veel beter. Ik ben minder gestrest, al blijft de onzekerheid natuurlijk wel. Maar ik word nu tenminste als een mens behandeld. Ik kan gaan en staan waar en wanneer ik zelf wil. En mijn assistent helpt me werkelijk met alles. Die bijstand is enorm belangrijk. Twee maanden geleden kreeg ik een brief dat mijn asielaanvraag niet is goedgekeurd en dat ik opnieuw naar een centrum moet, naar de terugkeerplaatsen in Arendonk. Met mijn assistent heb ik hiertegen beroep aangetekend. Hoe kan ik opnieuw naar zo’n centrum, met mijn kinderen die intussen in Charleroi zijn geïntegreerd, hier naar school gaan, vrienden hebben? Bovendien is een asielcentrum onleefbaar, ik woon nog liever onder een brug.’

Waar hou je je zoal mee bezig?
‘Ik zou graag werken. Ik heb een diploma van boekhouder en cameraman. Ik spreek vijf talen: Armeens, Russisch, Nederlands, Frans en Engels. Ik wil eender wat doen, zodat ik zelf mijn gezin kan onderhouden en niet afhankelijk ben van een uitkering. Bovendien zou ik zo mensen leren kennen. Met een tijdelijke werkvergunning heb ik zeven maanden gewerkt in een bedrijf in Aalst. Dankzij het contact met mijn collega’s heb ik goed Nederlands geleerd. Maar toen de vergunning ten einde liep, kon mijn werkgever mij niet in dienst houden. Sindsdien doe ik niets meer, maar dat stilzitten en wachten maakt me gek.’

Wat zijn positieve ervaringen tijdens jouw verblijf?
’Ik heb nu een heel goed contact met al mijn buren. Zo is mijn overbuurman een cafébaas, hij is tachtig, hij kent mijn problemen. Af en toe geeft hij eens gratis tickets voor het circus bijvoorbeeld, voor de kinderen, dat is fantastisch. Ik zie ook dat mijn oudste dochter hier graag naar school gaat. Ze voelt zich goed thuis, en heeft veel vrienden. Mijn andere dochter is vier en gaat naar de kleuterschool. Onder elkaar spreken ze enkel Frans. Zij spreken zelfs geen Armeens meer. Voor hen is België thuis, zij hebben geen enkele band met Armenië.’

Wat zijn jouw verwachtingen voor de toekomst?
’Ik heb geen verwachtingen. Ik moet leven van dag tot dag. Ik zie geen oplossing en er is niemand die me kan helpen. Kijk, ik had een groot huis in Armenië en een appelboomgaard, het allerliefst zou ik teruggaan naar mijn eigen land. Maar zolang de politieke situatie niet verandert, is dat onmogelijk omdat ik er niet veilig ben. Dus ik kan enkel hopen om hier papieren te krijgen voor mij en mijn gezin, zodat wij eindelijk een normaal leven kunnen leiden, zoals iedereen. Werken, naar het ziekenhuis kunnen als dat nodig is, gaan zwemmen met de kinderen, op vakantie gaan, enzovoort.’

Interview: Marjan Cauwenberg

(*) Om redenen van privacy kregen de getuigen een schuilnaam. Foto’s van de getuigen werden genomen met uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene.

Alle getuigenissen