Vluchtelingen getuigen

foto Ysabel Jongeneelen

De kinderen leren nu tenminste wat een gezin is

naam: Nora (*)
geslacht: vrouw
nationaliteit: Armeense
in België sinds: april 2009
statuut: asielzoeker
verblijft in: een appartement in Antwerpen. Woont met partner en twee kinderen samen. Nora was programmeur en heeft een bachelor in de toegepaste wiskunde

‘Mijn kinderen van twee en vier kunnen allebei nog niet spreken. Hoe kan het ook anders, als ze de eerste jaren van hun leven opgroeiden in een omgeving waar meestal vijf verschillende talen door elkaar werden gesproken?’

Nora heeft bladerdeegkoekjes voor me gemaakt. En stukjes sinaasappel gesneden. De kinderen lopen nieuwsgierig rond en giechelen. De kleine A. is vier. Praten doet hij nog niet. Wel al wat losse woorden, maar nog geen zinnen. Hij hoorde te veel talen door elkaar in zijn eerste levensjaren, zegt zijn moeder. B. is twee. Ook hij praat nog niet. Maar Nora verwacht dat het met hem sneller zal gaan omdat ze nu in een appartement kunnen verblijven en een ‘normalere’ leefsituatie hebben.

Nora was zwanger toen ze in België aankwam. Ze werd met haar partner opgevangen in een centrum. Een opvangplaats voor meer dan zevenhonderd mensen. ‘We deelden één ruimte met vijf andere families. Van overal ter wereld; alle nationaliteiten, talen en kleuren. In de ruimtes waren er nauwelijks afscheidingen. Daarom sliep ik er iedere nacht met mijn kleren aan. Ik durfde me niet uit te kleden in het bijzijn van andere mannen.’

Nora is erg blij met het aanbod van de individuele opvang. Het geeft haar de kans op een redelijk normaal leven, zo normaal als mogelijk is in haar situatie.

Nora slaat haar ogen neer en schudt met haar hoofd. De herinnering ligt haar duidelijk nog vers in het geheugen.

‘Het was pas na de bevalling van A. dat we naar een andere afdeling verplaatst werden, waar we met een ander gezin woonden. Daar waren de slaapvertrekken gelukkig al gescheiden, maar we deelden de keuken en de leefruimte en het waren allemaal ruimtes zonder deuren.

We verbleven daar ongeveer twee jaar. Mijn tweede zoon werd daar geboren. Soms woonden we daar met moslims die tijdens de ramadan ’s nachts kookten, waren er gezinsruzies, verschillende opvoedingsstijlen, weinig speelgoed. Bovendien kregen we de toen tweejarige A. niet uitgelegd dat hij niet bij een ander gezin aan tafel kon gaan zitten, dat het geen leden van ons gezin waren, dat hij de gordijnen niet zomaar kon opentrekken.’

Na twee jaar kreeg het jonge gezin een woning toegewezen in Antwerpen. Daar verblijven ze nu ongeveer een jaar. ‘Sindsdien gaat het beter. De kinderen leren nu tenminste wat een gezin is. Door die eerste jaren is de band tussen mij en A. niet zo goed. De wisselende contacten en de leefsituatie hebben onze hechting niet echt bevorderd. Op school zeggen ze dat hij  bijna zeker logopedie zal moeten krijgen. Zijn moedertaal is te slecht ontwikkeld.’

A., een lieve jongen met een guitig gezichtje, hoort nu vooral Armeens en Nederlands. Hij kijkt naar Nederlandstalige tv, gaat naar een Nederlandstalige school en thuis hoort hij Armeens. Nu zou hij ook rustiger zijn, volgens zijn moeder.

‘We gaan allemaal naar school om Nederlands te leren, kunnen ons eigen eten klaarmaken, rekening houden met de behoeften van de kinderen. We hebben een heel goede band met onze begeleidster. We kunnen bij haar terecht met al onze vragen’.

Nora is erg blij met het aanbod van de individuele opvang. Het geeft haar de kans op een redelijk normaal leven, zo normaal als mogelijk is in haar situatie, zegt ze.

Maar als ik de vraag stel wat er nog zou kunnen verbeteren hoeft ze niet na te denken: De onzekerheid omtrent de papieren. ‘We wachten nu al vier jaar,” zegt Nora. Haar stem trilt.

‘We weten nog steeds niet wat er gaat gebeuren. We leren Nederlands zonder te weten of we hier kunnen blijven. Het ‘niet weten’, is het moeilijkste. Dat maakt dat je als gezin geen plannen kan maken, geen toekomstbeeld hebt. Maar ik wil de hoop niet verliezen. Het gaat nu goed. Als we uitgewezen worden moeten we terug naar Armenië, en daar zou ik mijn kinderen zeker verliezen. Ik hoop dat we hier verder kunnen blijven wonen.’

Interview: Ysabel Jongeneelen

foto’s: Ysabel Jongeneelen

(*) Om redenen van privacy kregen de getuigen een schuilnaam. Foto’s van de getuigen werden genomen met uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene.

Alle getuigenissen